Aan het verzoek is het navolgende ten grondslag gelegd.
Op 15 september 2012 grondde het Nederlandse zeeschip Eems Carrier in de Vliestroom (Waddenzee). Betrokkene, kapitein van dit schip, stond op het moment van de gronding op de brug. Blijkens diens toelichting ter zitting ligt
Op 15 september 2012 grondde het Nederlandse zeeschip Eems Carrier in de Vliestroom (Waddenzee). Betrokkene, kapitein van dit schip, stond op het moment van de gronding op de brug. Blijkens diens toelichting ter zitting ligt
de kern van het verwijt van de inspecteur in het feit dat betrokkene, ondanks
de aanwezige betonning, de grens van de vaargeul heeft overschreden en is
vastgelopen en dat betrokkene derhalve slecht moet hebben uitgekeken.
Betrokkene wordt verweten dat hij heeft gehandeld in strijd met de volgende voorschriften en bepalingen:
http://www.tuchtcollegevoordescheepvaart.nl/bestanden/2013+6+2012.V6-Eems%20Carrier.pdf
Betrokkene wordt verweten dat hij heeft gehandeld in strijd met de volgende voorschriften en bepalingen:
-
Verdrag inzake de Internationale Bepalingen ter voorkoming van
aanvaringen op zee, 1972; Voorschrift 2 Verantwoordelijkheid en
Voorschrift 5 Uitkijk;
-
Zeevaartbemanningswet, artikel 4, lid 3;
-
STCW, Section A VIII/2, part 3-1 Watchkeeping at Sea, Principles to be
observed in keeping a navigational watch.
Het Tuchtcollege is van oordeel dat betrokkene is tekortgeschoten in zijn
verantwoordelijkheden als kapitein, met een gronding van het schip als
gevolg en waardoor de veiligheid van de opvarenden, het schip met haar
lading en de omgeving in gevaar is gebracht.
Gezien de ernst van de gebleken gedragingen is een schorsing van de vaarbevoegdheid van na te noemen duur op zijn plaats. Gelet op de
Gezien de ernst van de gebleken gedragingen is een schorsing van de vaarbevoegdheid van na te noemen duur op zijn plaats. Gelet op de
omstandigheden van het geval, waaronder de omstandigheid dat schadelijke
gevolgen van de gronding zijn uitgebleven ziet het Tuchtcollege aanleiding
te bepalen dat de schorsing van de vaarbevoegdheid geheel voorwaardelijk
wordt opgelegd.
Beslissing:
Beslissing:
Het Tuchtcollege:
-
verklaart de tegen betrokkene aangevoerde bezwaren gegrond zoals
hiervoor aangegeven onder 5;
-
legt betrokkene een schorsing van de vaarbevoegdheid op voor een
periode van één maand;
-
bepaalt dat deze schorsing niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij
het Tuchtcollege bij een latere beslissing anders zal bepalen op grond van het feit dat betrokkene zich voor het einde van een proeftijd, welke het Tuchtcollege bepaalt op twee jaar, zich weer heeft gedragen in strijd met de zorg die hij als goed zeeman in acht behoort te nemen ten opzichte van de opvarenden, het schip, de lading, het milieu of het scheepvaartverkeer;
-
bepaalt dat de proeftijd van de schorsing ingaat op de dag, 6 weken na
de dag van verzending van deze uitspraak.