Verzoek van de Inspecteur voor de Scheepvaart:
Aan het verzoek is het navolgende ten grondslag gelegd.
Op 18 december 2012 omstreeks 01:00 uur lt grondde het Nederlandse
zeeschip Vriesendiep in Finse wateren. Op dat moment liep betrokkene,
kapitein van dit schip, de brugwacht samen met een loods en fungeerde hij
als roerganger.
De reisvoorbereiding bestond hoofdzakelijk uit een opsomming van
waypoints zonder rekening te houden met de richtlijnen en aanbevelingen
zoals die door de IMO zijn vastgelegd.
Betrokkene wordt verweten dat hij aldus heeft gehandeld in strijd met de
volgende voorschriften en bepalingen:
• Verdrag inzake de Internationale Bepalingen ter voorkoming van
aanvaringen op zee, 1972; Voorschrift 2. Verantwoordelijkheid;
• Zeevaartbemanningswet, artikel 4, lid 3;
• SOLAS Chapter V, Safety of navigation, Regulation 34 Safe navigation
and avoidance of dangerous situations;
• STCW, Section A VIII/2, part 2 Voyage planning.
Tuchtmaatregel:
Het Tuchtcollege is van oordeel dat betrokkene is tekortgeschoten in zijn
verantwoordelijkheden als kapitein. Ten aanzien van het overnemen van het
roer is het verband met de gronding onvoldoende duidelijk geworden. Door
de stuurfout is de veiligheid van het schip met haar lading en de omgeving in
gevaar gebracht.
Bij de behandeling is aannemelijk geworden dat betrokkene zich de gronding
zeer heeft aangetrokken en dat deze voor betrokkene persoonlijk reeds
gedurende langere tijd ernstige gevolgen heeft gehad.
In de hiervoor aangeduide aard en ernst van de gebleken gedragingen en de
juistbedoelde persoonlijke omstandigheden vindt het Tuchtcollege aanleiding
om een tuchtrechtelijke maatregel achterwege te laten.
Beslissing:
Het Tuchtcollege:
• verklaart de tegen betrokkene aangevoerde bezwaren gegrond zoals
hiervoor aangegeven onder 5;
• verklaart de bezwaren voor het overige ongegrond;
• legt betrokkene geen tuchtrechtelijke maatregel op.
De volledige uitspraak kunt u vinden via de volgende link:
http://www.tuchtcollegevoordescheepvaart.nl/bestanden/2013+4+2013.V1-Vriesendiep.pdf
Rapport ‘Dodelijk slachtoffer bij afmeren in sluis’ gepubliceerd
De Onderzoeksraad constateert dat de rederij de risico’s van het werken met trossen niet voldoende onderkend heeft. In het veiligheidsmanagementsysteem en de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) ontbraken de juiste procedures voor het werken met trossen. Ook waren de gevarenzones aan boord van de Flinter Aland niet beschreven, en had de rederij de bemanningen niet geïnstrueerd over het juiste gebruik van trossen bij het afmeren.Uit het onderzoek is verder gebleken dat de procedures ten aanzien van de te voeren communicatie aan boord niet volledig werden nageleefd. Dit heeft tot gevolg gehad dat de bemanning op het voorschip de bandrem van de lier te vroeg aandraaide. De Onderzoeksraad constateert bovendien dat de Arbobladen, die uitgegeven zijn door werkgevers (de Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reders, KNVR, en werknemers (de vakbond Nautilus International) nog niet zijn aangepast aan nieuwe inzichten van de gevarenzones van trossen.
Het volledige onderzoek kunt u vinden via de volgende link:
http://www.onderzoeksraad.nl/nl/onderzoek/1476/dodelijk-slachtoffer-bij-afmeren-in-sluis-9-september-2012/publicatie/1503/rapport-dodelijk-slachtoffer-bij-afmeren-in-sluis-gepubliceerd#fasen