zaterdag 16 november 2013

Gronding van de GEERVLIET (Tuchtcollege voor de Scheepvaart)

Verzoek van de Inspecteur voor de Scheepvaart:

Op 6 maart 2012 grondde het motorschip Geervliet omstreeks 23:00 uur
lokale tijd op het Griekse eiland Nisos Polyaigos. Ten tijde van de gronding
liep de kapitein de brugwacht. Voorafgaand en ten tijde van de gronding was
er geen effectieve uitkijk op de brug aanwezig.
Betrokkene heeft, aldus verzoeker, gehandeld in strijd met de Voorschriften
2 en 5 van het Verdrag inzake de internationale bepalingen ter voorkoming
van aanvaringen op zee, 1972, met het bepaalde in STCW Section A-VIII/2,
Part 3.1 (Watchkeeping at Sea) Principles to be Observed in Keeping a Navigational Watch en met artikel 4 van de Zeevaartbemanningswet.

Tuchtmaatregel:

Het niet houden van een effectieve uitkijk in de nabijheid van eilanden met
als gevolg een gronding moet worden aangemerkt als een ernstige inbreuk
op de goede zeemanschap. Betrokkene heeft niet gehandeld zoals een
bekwaam kapitein betaamt, waardoor de opvarenden, het schip en de
omgeving in gevaar zijn gebracht. Een schorsing van de vaarbevoegdheid van
na te noemen duur is hier gepast en geboden.

Beslissing:

Het Tuchtcollege
- acht het tegen betrokkene gerezen bezwaar, te weten het niet houden
van een effectieve uitkijk, gedurende zijn wacht met als gevolg een
gronding, gegrond;
- legt betrokkene een schorsing op van de vaarbevoegdheid voor de
periode van twee maanden;
- bepaalt dat de schorsing behoudens hoger beroep ingaat op de dag
zes weken na verzending van deze uitspraak.

De volledige uitspraak kunt u vinden via deze link:
http://www.tuchtcollegevoordescheepvaart.nl/bestanden/2013+3+2012.V4-Geervliet.pdf

Gronding van ENNIO MARNIX [2] (Tuchtcollege voor de Scheepvaart)

Verzoek van de Inspecteur voor de Scheepvaart:

Aan het verzoek is het navolgende ten grondslag gelegd.
Op 4 september 2011 omstreeks 01.50 uur grondde het Nederlandse
zeeschip Ennio Marnix in de “Little Belt”, Denemarken met als gevolg
bodem- en schroefschade. Betrokkene was de kapitein van m.s. Ennio
Marnix.
Voorafgaand aan de gronding en de reis heeft de kapitein
onvoldoende de reisvoorbereiding gecontroleerd of laten controleren,
waardoor de voorgestelde koers over een diepte ging die ongeschikt
was voor de diepgang van het schip.
Betrokkene heeft als kapitein geen uitkijk geplaatst tijdens de donkere
uren en varend in kustwateren met de aanwezigheid van veel gevaren
voor de navigatie.
Betrokkene wordt verweten dat hij aldus heeft gehandeld in strijd met
de volgende voorschriften en bepalingen.

- Verdrag inzake de Internationale Bepalingen ter voorkoming van
aanvaringen op zee, 1972: Voorschrift 2. Verantwoordelijkheid

- STCW Section A-VIII/2
Part 2- Voyage planning, General requirements (3).
Part 3-1 Watchkeeping at sea) Principles to be observed in keeping a
navigational watch.

- SOLAS Chapter V regulation 34: Safe navigation and avoidance of
dangerous situations


- Zeevaartbemanningswet, artikel 4, lid 3.

Tuchtmaatregel:

Het Tuchtcollege is van oordeel dat betrokkene ernstig tekort is
geschoten in zijn verantwoordelijkheden als kapitein, met gronding
van het schip als gevolg.
Betrokkene heeft niet gehandeld zoals een bekwaam kapitein betaamt,
waardoor de veiligheid van de opvarenden, het schip, met haar lading
en de omgeving in gevaar is gebracht.

Gezien de ernst van de gebleken gedragingen is een schorsing van de
vaarbevoegdheid van na te noemen duur op zijn plaats. Het niet
plaatsen van een de uitkijk is in de schorsing verwerkt maar zou op
zich zelve niet tot een schorsing hebben geleid.

Beslissing:

Het Tuchtcollege
- verklaart de tegen betrokkene aangevoerde bezwaren gegrond zoals
hiervoor aangegeven onder 4.
- legt betrokkene een schorsing op voor een periode van vier weken.
- bepaalt dat de schorsing ingaat op 3 april 2013.

De volledige uitspraak kunt u vinden via de volgende link:
http://www.tuchtcollegevoordescheepvaart.nl/bestanden/2013+2+2012.V1A-Ennio%20Marnix.pdf

Klacht over sleepverbinding sleepboot TEMPEST (Tuchtcollege voor de Scheepvaart)

Klacht:

Klager beklaagt zich over het optreden van betrokkene als kapitein van de
sleepboot Tempest bij het vastmaken van het op 12 november 2010 ten
westen van IJmuiden op de Noordzee stuurloos en op drift geraakte
koopvaardijschip Western.
Kort en zakelijk weergegeven omvat het klaagschrift (gedateerd 16 mei
2011) van klager, destijds hoofdwerktuigkundige aan boord van de
sleepboot Tempest, het volgende.
2.1 Klager verwijt betrokkene dat hij bij het uitvaren van de haven van
IJmuiden behoorlijk zeeziek was.
2.2 Klager verwijt betrokkene een sleepverbinding met de Western te hebben
gemaakt met behulp van een keesje in plaats van gebruik te maken van het
aan boord aanwezige lijnwerptoestel terwijl hij, klager, de betrokkene daarop
gewezen had. Door te kiezen voor het vanaf het achterdek gooien van het
keesje aan boord van de Western moest de Tempest volgens klager met
gevaar voor aanvaring de Western tot heel dicht bij naderen.
2.3 Op de door klager gemaakte video-opnamen zou volgens hem te zien
zijn dat op het achterdek staande bemanningsleden van de Tempest
geregeld in het overkomende zeewater geheel kopje-onder zijn gegaan.
2.4 Klager verwijst in het klaagschrift naar het niet vastgehaakt zijn van
bemanningsleden op het achterdek en naar surviving suits.
2.5 Tenslotte verwijt klager betrokkene dat de kettingen waarmee de
sleepdraad was vastgezet tijdens het slepen zijn gebroken en dat het gebruik
van dergelijke kettingen een zeer ongebruikelijke manier van handelen is.
Samengevat stelt klager in zijn inleidend klaagschrift dat betrokkene: ‘Door
ondeskundigheid, vermoedelijk door een groot gebrek aan ervaring op
sleep/bergingsvaart, het leven van opvarenden als ook het eigen schip de
Tempest, alsook de veiligheid van het te bergen, driftende schip, nodeloos
ernstig in gevaar heeft gebracht.’.

Tuchtmaatregel:

De tegen betrokkene ingediende klacht is ongegrond. Van het opleggen van
een tuchtmaatregel kan geen sprake zijn.

Beslissing:

Het Tuchtcollege verklaart de ingediende klacht ongegrond.

De volledige uitspraak kunt u vinden via de volgende link:
http://www.tuchtcollegevoordescheepvaart.nl/bestanden/2013+1+2011.K1-Tempest.pdf

Gronding van de EEMS TRANSPORTER (Tuchtcollege voor de Scheepvaart)

Verzoek van de Inspecteur voor de Scheepvaart:

Op 3 april 2011 omstreeks 04.50 uur (boordtijd) grondde de Eems
Transporter in Griekse wateren. Betrokkene was op dit moment wachtdoend
kapitein. Voorafgaande aan de gronding was betrokkene in slaap gevallen.
Betrokkene had gedurende de wacht geen wachtalarm geactiveerd.
Betrokkene had geen uitkijk geplaatst op de brug tijdens de donkere uren.
Betrokkene wordt verweten dat hij heeft gehandeld in strijd met de
voorschriften 2 en 5 van het verdrag inzake de Internationale Bepalingen ter
voorkoming van aanvaringen op zee, 1972, artikel 4 van de
Zeevaartbemanningswet en de STCW regelgeving, Section A. VIII/2, part
3.1(Watchkeeping at Sea). Principles to be observed in navigational watch.

Tuchtmaatregel:

Het in slaap vallen in nabijheid van de kust met als gevolg een gronding,
alsmede het uitschakelen van correctiemogelijkheden als het wachtalarm en
de uitkijk moet worden aangemerkt als een ernstige inbreuk op de goede
zeemanschap. Een schorsing van een substantiële duur is hier gepast en
geboden. Naar het oordeel van het Tuchtcollege dient de vaarbevoegdheid
van betrokkene voor een periode van 2 maanden geschorst te worden.

Beslissing:

Het Tuchtcollege:
− acht de tegen betrokkene gerezen bezwaren, te weten , het in slaap
vallen tijdens zijn wacht, het niet plaatsen van een uitkijk, het niet
activeren van het wachtalarm met als gevolg een stranding, gegrond;
− legt betrokkene een schorsing van de vaarbevoegdheid op voor de
periode van twee maanden;
− bepaalt dat de schorsing behoudens hoger beroep in gaat op de dag
zes weken na de verzending van deze uitspraak.

De volledige uitspraak kunt u vinden via deze link:
http://www.tuchtcollegevoordescheepvaart.nl/bestanden/2012+6+2012.V2.Eems%20Transporter.pdf

Gronding van de FLINTERSPIRIT (Tuchtcollege voor de Scheepvaart)

Verzoek van de Inspecteur voor de Scheepvaart:

Op 19 maart 2012 omstreeks 23.43 uur (scheepstijd) grondde de Flinterspirit
op het eiland Flodday Mor, North Uist, tijdens de wacht van betrokkene,
kapitein van de Flinterspirit. Verzoeker heeft verzocht om een
tuchtrechtelijke behandeling tegen betrokkene op grond van de volgende
verwijten:
• De kapitein had voorafgaand aan de gronding, nagelaten de koers te
wijzigen conform de voyageplanning, de brug verlaten en bevond zich
tijdens de gronding in zijn hut.
• De kapitein had die betreffende avond nagelaten om een uitkijk te
plaatsen op de brug tijdens donkere uren en had het wachtalarm nier
geactiveerd.
• De kapitein bleek onvoldoende in staat om de leiding te nemen nadat
de gronding had plaatsgevonden, hetgeen blijkt uit de volgende
omstandigheden:
o zonder eerst de situatie in kaart te brengen trachtte hij het
schip los te varen;
o hij instrueerde de 2e stuurman om de autoriteiten te melden dat
er niks aan de hand was;
o de kapiteins verklaring over vermoeidheid en medicijngebruik.
• De ochtend na de gronding heeft de kapitein zelfstandig de brugwacht
gelopen terwijl hij onder invloed was van alcohol.

Betrokkene heeft, aldus verzoeker, gehandeld in strijd met de voorschriften 2
en 5 van het verdrag inzake de Internationale Bepalingen ter voorkoming van
aanvaringen op zee, 1972, de STCW, Section A. VIII/2, part 3.1(Watchkeeping
at Sea). Principles to be observed in keeping a navigational watch, MSC
(Martine Safety Commitee), Resolutie 282(86) “Adoption of Amendments to
the International Convention for the Safety of Life at Sea, 1974, as amended,
Chapter V reg 19 en artikel 4 van de Zeevaartbemanningswet.

Tuchtmaatregel:

De brug verlaten en in slaap vallen gedurende de nachtelijke uren met als
gevolg een gronding is in strijd met de goede zeemanschap. Het niet
plaatsen van een uitkijk en het niet activeren van het wachtalarm is al
evenzeer in strijd met de goede zeemanschap.
Voor het trachten losvaren van een gegrond schip zonder op de hoogte te
zijn van de actuele situatie en de autoriteiten trachten om de tuin te leiden
geldt hetzelfde. Een schorsing van een aanzienlijke duur is hier gepast en
geboden. Naar het oordeel van het Tuchtcollege dient de vaarbevoegdheid
voor de duur van zes maanden te worden geschorst.

Beslissing:

Het Tuchtcollege
− acht de tegen betrokkene gerezen bezwaren, te weten het gronden
door na te laten koers te wijzigen, het niet plaatsen van een uitkijk
gedurende de donkere uren en het niet activeren van het wachtalarm,
het trachten los te varen zonder eerst de situatie in kaart te brengen
en het instrueren van de tweede stuurman om de autoriteiten te
melden dat er niets aan de hand is was, gegrond.
− legt de betrokkene een schorsing van de vaarbevoegdheid op voor de
periode van zes maanden.
− bepaalt dat de schorsing behoudens hoger beroep ingaat op de dag
zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak.

De volledige uitspraak kunt u vinden via deze link:
http://www.tuchtcollegevoordescheepvaart.nl/bestanden/2012+5+2012.V3.Flinterspirit.pdf

Gronding van ENNIO MARNIX (Tuchtcollege voor de Scheepvaart)

Verzoek van de Inspecteur voor de Scheepvaart:

Aan het verzoek is het navolgende ten grondslag gelegd.
Op 4 september 2011 omstreeks 01.50 uur grondde het Nederlandse
zeeschip Ennio Marnix in de “Little Belt”, Denemarken, met als gevolg
bodem- en schroefschade. Betrokkene was op het moment van de gronding
wachtdoend officier. Voorafgaand aan de gronding heeft betrokkene geen
goede uitkijk gehouden en hierdoor de oost kardinale boei nabij de ondiepte
van de gronding niet opgemerkt. Voorafgaand aan de gronding en de reis
heeft betrokkene onvoldoende de reisvoorbereiding gecontroleerd waardoor
de voorgestelde koers over een diepte ging die ongeschikt was voor de
diepgang van het schip. Voorafgaand aan de gronding heeft betrokkene als
wachtdoend officier op enig moment de brug verlaten en onbemand
achtergelaten. Betrokkene heeft als wachtdoend officier geen uitkijk
geplaatst tijdens de donkere uren en varend in kustwateren met de
aanwezigheid van veel gevaren voor de navigatie.

Betrokkene wordt verweten dat zij aldus heeft gehandeld in strijd met de
volgende voorschriften en bepalingen:
• Verdrag inzake de Internationale Bepalingen ter voorkoming van
aanvaringen op zee, 1972; Voorschrift 5 Uitkijk en voorschrift 2
Verantwoordelijkheid.
• STCW, Section A VIII/2, part 2 Voyage planning, General Requirements
(3), en part 3-1 Watch keeping at Sea, Principles to be observed in
keeping a navigational watch.
• Zeevaartbemanningswet, artikel 4, lid 3.

Tuchtmaatregel:

Het Tuchtcollege is van oordeel dat betrokkene ernstig is tekortgeschoten in
haar verantwoordelijkheden als scheepsofficier, met een gronding van het
schip als gevolg. Betrokkene heeft niet gehandeld zoals een verantwoordelijk
officier van de wacht betaamt, waardoor de veiligheid van de opvarenden, het
schip met haar lading en de omgeving in gevaar is gebracht.
Gezien de ernst van de gebleken gedragingen is een schorsing van de
vaarbevoegdheid van na te noemen duur op zijn plaats. In de omstandigheid
dat betrokkene nog maar betrekkelijk korte tijd vaart en zij zich blijkens haar
verklaring ter zitting terdege bewust is van haar tekortschieten en haar
gebrek aan praktische kennis en vaardigheden, ziet het Tuchtcollege
aanleiding te bepalen dat de schorsing van de vaarbevoegdheid gedeeltelijk
voorwaardelijk wordt opgelegd.

Beslissing:

Het Tuchtcollege:
• verklaart de tegen betrokkene aangevoerde bezwaren gegrond zoals
hiervoor aangegeven onder 5;
• legt betrokkene een schorsing van de vaarbevoegdheid op voor een
periode van vier weken;
• bepaalt dat van deze schorsing een gedeelte van twee weken niet ten
uitvoer zal worden gelegd, tenzij het Tuchtcollege bij een latere
beslissing anders zal bepalen op grond van het feit dat betrokkene zich
voor het einde van een proeftijd, welke het Tuchtcollege bepaalt op
twee jaar, zich weer heeft gedragen in strijd met de zorg die zij als
goed zeeman in acht behoort te nemen ten opzichte van de
opvarenden, het schip, de lading, het milieu of het scheepvaartverkeer;
• bepaalt dat de proeftijd van de schorsing ingaat op de dag, 6 weken na
de dag van verzending van deze uitspraak;
• verklaart de bezwaren voor het overige ongegrond.

De volledige uitspraak kunt u vinden via de volgende link:
http://www.tuchtcollegevoordescheepvaart.nl/bestanden/2012+4+2012.V1-Ennio%20Marnix.pdf

Aanvaring tussen VD 77 en MSC ASLI (Tuchtcollege voor de Scheepvaart)

Verzoek van de Inspecteur voor de Scheepvaart:

 Het verzoek betreft betrokkene, schipper van het Nederlandse vissersschip Cornelia
Johannes VD 77. Aan het verzoek liggen de volgende door de Minister gestelde feiten
ten grondslag.

-  Op woensdag 9 februari 2011, omstreeks 05:25 uur vond een aanvaring
plaats op de Noordzee tussen de VD 77 en het containerschip MSC Asli.
Voorafgaand en op het moment van de aanvaring werd de brugwacht op de
VD 77 gelopen door een, voor het zelfstandig wachtlopen op de brug,
onbevoegd bemanningslid te weten, de heer Tomasz Andrzej.

Betrokkene wordt verweten dat hij als kapitein een reis heeft ondernomen zonder
zorg te dragen dat het schip behoorlijk is bemand met voor zijn taak berekend
personeel, zoals verplicht gesteld onder artikel 4, lid 1, onder aanhef en onder k, van
de Schepenwet.

Tuchtmaatregel:

 Naar het oordeel van het Tuchtcollege heeft betrokkene door een onbevoegde als
stuurman te accepteren en wacht te laten lopen gehandeld in strijd met de goede
zeemanschap. Door een onbevoegde te laten varen kunnen de opvarenden, het
schip, de lading, het milieu en het scheepvaartverkeer in gevaar wordt gebracht.
Het Tuchtcollege acht een substantiële boete gepast en geboden.
Nu betrokkene blijkens de mededeling van de Inspecteur onder meer in verband met
overtreding van artikel 4 lid 1, aanhef en onder k van de Schepenwet nog vervolgd
wordt door het Openbaar Ministerie, zal het Tuchtcollege de straf geheel
voorwaardelijk opleggen. Het Tuchtcollege zal de proeftijd bepalen op twee jaar.

Beslissing:

 Het Tuchtcollege:
-  verklaart het tegen betrokkene gerezen bezwaar gegrond;
-  legt betrokkene een geldboete op van 500,= euro;
-  bepaalt dat deze tuchtmaatregel geheel niet ten uitvoer wordt gelegd tenzij
betrokkene zich voor het einde van de proeftijd gedraagt in strijd met de
zorg die hij als een goed zeeman in acht behoort te nemen ten opzichte van
de opvarenden, het schip, de lading, het milieu of het scheepvaartverkeer;
-  bepaalt de proeftijd op twee jaar.

De volledige uitspraak kunt u vinden via de volgende link:
http://www.tuchtcollegevoordescheepvaart.nl/bestanden/2012+3+2011.V2-VD77.pdf